LEZEN

Begrijpend lezen (3)
Kijk goed naar de foto's. Duid de juiste zin aan.
- Woef zit in een hok.
- Woef zit op een tak.
- Woef zit voor een bot.
- Hij koopt een das.
- Hij koopt een jas.
- Hij koopt een tas.
- Ik duik in de zee.
- Ik woon in een huis.
- Ik ruik aan de roos.
- Het dier woont in een huis.
- Het dier woont in een hok.
- Het dier woont in een boom.