De kinderen van klas 1 vieren feest. Juf An heeft
20 taartjes gebakken. Ze zet de 20 taartjes op de tafel.
Er zitten
15 kinderen in de klas. Ze krijgen elk
1 taartje. Juf An eet ook een taartje.
Hoeveel taartjes worden niet opgegeten? taartjes worden niet opgegeten.