Lees aandachtig de vraag en kies het juiste antwoord.
Jan en Sara versieren de kerstboom. Jan hangt 2 kerstballen in de boom. Sara hangt 3 kerstballen in de boom. Bewerking: + Hoeveel kerstballen hangen er in totaal in de kerstboom?
5
4
3
Tomas heeft 1 goudvis in zijn bokaal. Hij krijgt van mama 2 nieuwe goudvissen. Bewerking: + Hoeveel vissen zwemmen er nu in de bokaal van Tomas?
4
3
2
De kip van Sander heeft 3 kuikens gekregen. Bewerking: + Hoeveel huisdieren heeft Sander nu?
3
2
4
Max en Jens gaan naar de bib. Max leent 2 boeken. Jens leent ook 2 boeken. Bewerking: + Hoeveel boeken lenen Max en Jens samen?
4
2
3
Wannes en Sofie verzamelen postzegels. Wannes heeft al 4 zegels verzameld. Sofie heeft minder geluk. Zij heeft er nog maar 1 Bewerking: + Hoeveel postzegels hebben ze samen?